het (kerst-) verhaal van Teddie
Toegevoegd op 20-12-2011
HET (KERST-)VERHAAL VAN TEDDIE
Er was eens een kleine jongen van vijf jaar oud. Hij heette Teddie. Hij woonde met zijn ouders aan de rand van een grote stad. Achter hun huis lag een groot weiland. Daarachter stond het grote bos. Om in het grote bos te komen, moest je eerst het weiland oversteken. In de lente en in de zomer graasden er koeien en paarden, maar in de winter was er niemand.
Teddie werd vroeg wakker. Hij sprong zijn bed uit en holde naar zijn ouders, die nog lagen te slapen. Teddie riep: Opstaan! Wij gaan naar de kerstmarkt!. Wij gaan een kerstboom kopen! Mama keek op de wekker en fluisterde: Teddie, toe. Het is nog veel te vroeg. Straks gaan we. Mama ging weer slapen. Teddie liep boos de kamer uit. In de keuken pakte hij een paar koekjes uit de trommel en een pakje sap met een rietje uit de ijskast. In de kamer ging hij met de Ipad op de bank zitten. Het werd licht. De zon scheen naar binnen. Teddie keek naar het weiland en zag het grote bos in de verte. Hij besloot om zelf een kerstboom uit het bos halen. Papa en mama sliepen nog. Teddie kleedde zichzelf aan. In de gang deed zijn jas aan, zette zijn muts op, trok zijn laarzen aan en liep door de voordeur naar buiten. Op straat was niemand. Teddie liep de straat uit en kwam bij het weiland. Hij klom over het hek en liep door het weiland naar het grote bos. Teddie was samen met mama en met zijn vriendje Kiezel wel eens aan de rand van het grote bos geweest om bramen te plukken en bosbessen te zoeken. Paden waren er niet, dus Teddie koos zijn eigen weg. Hij zag een paar kerstbomen staan, maar die waren veel te groot.
Teddie liep helemaal alleen door het grote bos op zoek naar een kleine, mooie kerstboom. Hij kwam bij een open plek aan. Op een omgevallen boomstam ging Teddie zitten. In zijn jaszak had hij een zak snoepjes, dus hij nam er eentje . Er kam een ree aangelopen. Naast haar wandelde een roodbruine hond met een prachtige staart. Het was geen hond, het was een vos. Teddie was blij om de twee dieren te zien. Hij sprong op en liep op ze af. De ree en de vos bleven stokstijf staan. Teddie knielde al bij de vos op de grond neer en begroef zijn handjes in de dikke vacht. De vos vond dat prettig. De ree keek naar Teddie met grote bruine ogen, maar holde niet weg. Teddie ging weer staan en begon de ree te aaien. Hij zei opeens: Ik ben op zoek naar een kleine, mooie kerstboom. Hebben jullie er eentje gezien? De vos en de ree keken elkaar aan, maar zeiden niets. Ze liepen weg. Teddie liep er achter aan. De ree en de vos kenden het grote bos goed, dus liepen snel door. Teddie riep na een tijdje: Niet zo vlug! Ik kan jullie niet bijhouden. Hij struikelde over een tak. De ree en de vos bleven staan wachten, totdat Teddie weer was opgekrabbeld en naast hen kwam staan. Hij haalde uit zijn jaszak een paar snoepjes en gaf dat aan de ree en de vos. De vos spuugde het onmiddellijk uit, maar de ree kauwde er lang op. De ree snuffelde aan de jas waar dat lekkers vandaan kwam. Teddie gaf er nog eentje. Toen ze uitgekauwd waren, liepen ze weer verder.
Op de oever van een beek in het zand stond een kleine mooie kerstboom De kerstboom was net zo hoog als Teddie. Teddie liep er op af en probeerde het kerstboompje om te duwen, zodat hij het mee kon nemen. Het lukte niet. Hij ging op zijn knieën er naast zitten en begon de wortels uit te graven. De vos en de ree bleven bij hem in de buurt, maar hielpen niet mee. Het was voor Teddie een lange en zware klus, maar uiteindelijk lukte het hem om het boompje uit de grond te krijgen. Aan de wortels trok Teddie het kerstboompje achter zich aan. En nu naar huis.
Waar is mijn huis?, vroeg Teddie zich af. Weten jullie waar mijn huis is? Vroeg Teddie aan de vos en aan de ree. De ree en de vos draaiden zich om en liepen verder. Teddie sjouwde met het kerstboompje er achter aan. Het was heel lastig, want in de takken van het kleine kerstboompje bleven bladeren en takken zitten, zodat het kerstboompje steeds zwaarder werd. Na een tijdje stond Teddie stil en schudden het kerstboompje uit. Hij liep verder met het kerstboompje in zijn armen. De takken prikten in zijn gezicht, maar daar lette hij niet op. Het werd donker, dus het was niet goed te zien waar hij liep.
De ree ging opeens voor hem staan, zakte door haar poten en lag op de grond. Teddie ging er naast zitten. De ree stond weer op, dus Teddie stond ook weer op. De ree ging weer liggen en Teddie ging er weer naast zitten. Dit ging een tijdje zo door. Teddie snapte er niets van. Maar opeens ging hij met de kerstboom onder zijn arm op de rug van de ree zitten, toen zij weer op de grond lag. Heel voorzichtig, heel langzaam stond de ree weer op. Boven op de rug van de ree gezeten ging de reis verder. De vos liep naast de ree. Het werd nu pikkedonker. Teddie boog zich voorover om geen takken in zijn gezicht te krijgen.
De ree stond stil. Zij waren bij het weiland gekomen. In de verte brandden de lichten in de huizen. De ree ging weer liggen, zodat Teddie met het kerstboompje makkelijk kon afstappen. Hij liep naar het weiland. De volle maan scheen helder en de ontelbare sterren schitterden. Teddie draaide zich om naar de ree en de vos om hen te bedanken, maar zij waren in het grote bos verdwenen. Teddie sjokte met de kerstboom over het weiland naar huis.
In de straat, waar zijn huis stond aangekomen, stonden politie auto’s en een brandweer auto. Er zou toch geen brand zijn? Teddie ging naar de tuin, waar hij het kerstboompje tegen de muur van de garage zette. Hij liep naar binnen. De kamer zat vol met mensen, politie agenten en brandweermeermannen. Mamma zat te huilen op de bank. Teddie liep vlug naar haar toe. Een gejuich steeg op. Mamma sloot Teddie in haar armen en vroeg al stotterend: Waar ben je geweest? Wat heb je gedaan? Teddie trok al vertellend zijn jas en laarzen uit. Zijn muts lag nog ergens in het grote bos. De politie agenten en de brandweermannen stonden op. Zij gaven mamma en pappa een hand en gingen weg. Pappa gaf Teddie een beker warme chocolademelk en een dikke boterham met pasta. Teddie stond opeens op en riep: jullie moeten de kerstboom zien, die ik heb gevonden in het grote bos. Zij liepen naar buiten en zagen de prachtige, kleine kerstboom in het volle licht van de maan en de sterren tegen de garagemuur staan. De ree en de vos waren in geen velden of wegen te bekennen.
Geschreven door:trui zweering - 195x bekeken!




